Drentse Mobiele Schutterij

Inhoudsopgave

Inleiding 

De hierna volgende overzichtslijsten bevatten de namen van de 1730 officieren, onderofficieren en schutters die in de periode 1830 t/m 1834 in de 'Drentse Mobiele Schutterij' hebben gediend.
Deze legereenheid werd in 1830, enkele maanden na de Belgische opstand, geformeerd en is in de hiervoor genoemde jaren in het zuiden van ons land gelegerd geweest.

Na de val van Napoleon in 1815 hadden de grote mogendheden op het congres van Wenen besloten Noord-Nederland en de Oostenrijkse Nederlanden - het huidige België - samen te voegen, teneinde een sterke staat aan Frankrijks noordgrens te creëren. Deze nieuwe staat, die onder leiding van koning Willem I stond, heeft tot 1830 bestaan. Eind augustus van dat jaar ontstond in Brussel een opstand met een duidelijk anti-Nederlands karakter en al spoedig was België vrijwel geheel in handen van de opstandelingen. Willem I begon daarop zijn leger, dat door de afsplitsing van België uiteen was gevallen, weer op te bouwen. Als onderdeel daarvan riep hij in oktober 1830 de 'eerste ban' - de ongehuwden en de gehuwden zonder kinderen - van de schutterijen in Nederland onder de wapenen. In Drenthe betrof dat de schutters die dienst deden in de Dienstdoende Schutterij van Meppel en in de Rustende Schutterijen in de overige gemeenten.

De nieuw gevormde Drentse Mobiele Schutterij kreeg een omvang van 1200 man, onderverdeeld in vier kompagniën. In totaal hebben in de periode 1830-1834 1730 personen in deze legereenheid dienst gedaan. De samenstelling van de eenheid wisselde. De plaatsen die vrij vielen doordat schutters ontslag kregen als hun diensttijd ten einde liep, werden door nieuwe recruten opgevuld. Dat was ook het geval als schutters overleden of als zij zich door een remplacant lieten vervangen.
Sterfgevallen kwamen helaas in grote aantallen voor. Meer dan 150 van de Drentse schutters stierven, soms al een paar weken na hun indiensttreding.
Alhoewel een gedeelte van de Drentse schutters formeel tot 1839 onder de wapenen bleven, kwam in de praktijk voor vrijwel allen van hen in 1833 of in 1834 een einde aan hun actieve diensttijd. In die jaren werden zij met onbepaald verlof naar huis gestuurd.

Op een kleine eenheid na heeft de Drentse Mobiele schutterij niet aan de krijgshandeling tijdens de Tiendaagse Veldtocht (2 tot 12 augustus 1831) tegen België deelgenomen. De uitzondering betrof een eenheid van 54 man onder luitenant Braams uit Gieten, die als onderdeel van een bataljon Gelderse schutters aan de strijd deelnam.

Terug naar begin | Inhoudsopgave Drentse Mobiele Schutterij


©
Drentse Historische Vereniging - Postbus 243 - 9400 AE Assen (NL)